woensdag 2 september 2009

Piter

Sint-Petersburg telt officieel vijf miljoen inwoners. Wegens de vele ongeregistreerden en illegalen schep je er best een paar miljoen bij. In de loop der jaren onderging Sint-Petersburg verschillende naamwijzigingen, die de geschiedenis van de stad puntgaaf illustreren.

{‘De bronzen ruiter’ ter ere van Peter de Grote}

In 1703 werd Sint-Petersburg gesticht (in het Russisch zonder tussen-s). De naam verwees niet naar haar stichter, tsaar Peter I ofte Peter de Grote. Sint-Petersburg eerde de apostel Petrus, die samen met zijn confrater Paulus een kathedraaltje kreeg in het eerste centrum van de stad. In 1713 kroonde Peter de Grote Sint-Petersburg tot hoofdstad, een status die behouden bleef tot 1917.

{Felix Dzerzjinski, oprichter van de geheime dienst Tsjeka in 1917}

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog klonk die met de tsaren verbonden naam een beetje te Duits. In 1914 werd de stad daarom tot Petrograd gebombardeerd. Petrograd werd het epicentrum van de revolutie. Hier ontwaakten de bourgeois eensklaps in een boeren- en arbeidersparadijs.

{Glasraam ter ere van Vladimir Lenin}

Daarvoor moest kameraad Lenin passend gefêteerd worden. Vanaf 1924 woonden de sovjets in Leningrad. In september 1991, het wereldorkest was zopas van de bühne gedonderd, organiseerde men een referendum over de naam van de stad. Op het centrale plein voor de Hermitage discussieerden burgers druk met elkaar. Het kamp dat ijverde voor Sint-Petersburg won het pleit nipt van de Leningraders. Het post-communistische tijdperk kon een aanvang nemen.

{Ode van de poëet Alexander Poesjkin aan Sint-Petersburg, ingehuldigd ter ere van de 300ste verjaardag van de stad in 2003. In de achtergrond: de Sint-Isaac kathedraal.}

Toch duikt de oude naam nog op, bijvoorbeeld in de code van de luchthaven (LED) en in de naam van de regio rond Sint-Petersburg (‘Leningrad Oblast’). En in de volksmond blijft het: Piter.